Een citytrip Boedapest staat bij niet zo veel mensen op het lijstje van "daar wil ik echt heen". Onterecht. Al ben ik een beetje bevooroordeeld: ik was er eerder in 1994 al eens heen getrokken, toen Boedapest nog lang haar had, en ik net een kleine 5 jaar vrij van het communisme was, of was dat andersom?
We hebben al enige citytrips achter de rug, en bij het zoeken naar "waar gaan we heen" stelde ik eens voor om naar Boedapest te gaan. Met onze kinderen erbij, ze hadden nog een citytrip tegoed, wegens een flauw excuus om er zelf ook eens uit te zijn. Al moest ik wat argumenteren. Parijs, Londen, Berlijn passeerden ook de revue, maar daar waren we al eerder.
Uiteindelijk kreeg ik het voordeel van de twijfel. De schrik zat er een beetje in dat het er te "oudbollig", "te koud" en "te weinig te beleven" zou zijn. Na wat opzoekwerk, met het been stijf gehouden, werden al die vooroordelen verticaal geklasseerd.
Dus maar snel vliegtickets gezocht, nog een luchthaven voor erbij, en de helft van het geregel was al in orde. We vlogen eens vanuit Eindhoven, omdat de uurregeling daar gewoon veel interessanter was. Nadeel is dat je dan vroeg in Eindhoven moet staan, dus werd het maar een nachtje Novotellen.
Het aanbod "overnachting+parking+shuttledienst" was reuze handig en niet duur. Dat, en nog een uitgebreid ontbijt op je dooie gemak kunnen nemen... Novotel boeken was gewoon de betere optie. We werden vakkundig om 7u20 opgehaald, en om 7u25 al aan de luchthaven afgezet. De Wizzair Airbus heeft zijn naam niet gestolen: 180 passagiers werden netjes opgestapeld en feilloos op het tarmac in Boedapest gedropt. Perfect op tijd, reuze service. Fijn, was onze eerste keer met Wizzair.
Eenmaal in het verbazend warme Boedapest aangekomen is het Forinten sprokkelen: de Euro wordt er aanvaard, maar niet aan de beste wisselkoers. Daarom even snel naar de bankautomaat. Leuke les voor de kinderen: vreemde valuta en wisselkoersen. Dan 4 tickets voor bus 100E, de expres busdienst van de luchthaven rechtstreeks naar Kálvin tér, voor een goeie 11 euro. Mooie deal. Maar die expres bus zat ook propvol. Het sardientjes-in-blik gevoel. En dat voor een rit van een klein halfuur.
Dat sardientjesgevoel werd onze dochter plots teveel: ze verloor er alle kleur door. Spierwit, lijkbleek. Heel raar. Haar snel laten neerzitten. We hadden helemaal niets te eten bij, geen suiker, snoepjes... niets. Foutje van papa en mama. Dan maar de grove middelen: bij Astoria bleek een Burger King te zijn. Cola tanken. Met een hamburger of een andere vet-suikercombinatie, eender wat om Saar weer kleur te doen krijgen. Die kleur kwam gelukkig snel terug. Dit was even een heel bizar halfuur, en zou achteraf het enige minpuntje van de reis blijken.
Google Maps troonde ons naar het Bohem Art Hotel, ook te voet kan je op Maps beroep doen. In het hotel werd alle bagage gedumpt, en de kamer met 2 verdiepingen en molenaarstrap is meteen een succes: supergroot, mooi, modern. Echte aanrader voor wie in het centrum wil zitten en de grote ketens eens links wil laten liggen.
8 april, aankomst
Ik wou een plaats zeker terugzien uit mijn allereerste bezoek in 1994: het even beroemde als beruchte "Tilos az A" café. De plek waar we megaveel leuke avonden beleefden in bar en kelder. Het café sloot in 1995 en heet tegenwoordig Zappa Bistro, je zoekt eens op Frank Zappa waarom.
De muurschilderingen achterin zijn er nog, beschermd als cultureel erfgoed. Voor de rest staat de tand des tijds er ook niet stil: de buurt is opgewaardeerd, het café ook. Mainstream is nu de teneur. In 1994 was dat helemaal anders. Op het terras proeven we de eerste Hongaarse "homemade limonades": spuitwater met limoen, citroen, sinaasappel. Super bevonden. Zo simpel, zo goed.
We gaan daarna te voet richting Donau, een omweg langs het Hard Rock Café, snel een pet en T-shirt gekocht, zo is de jeugd weer hip. Op het Vörösmarty plein, net naast het Hard Rock Café, is er een street food markt: sfeer en kraampjes zat.
Dan: de Schoenen op de Donaukade. Dat stond in de reisgids, en we wilden het zien.
60 paar ijzeren schoenen, op de kade, op de plek waar de pijlkruisers in de winter van 1944-1945 duizenden Joden executeerden. Het bevel was simpel: schoenen uitdoen, aan de rand van het water gaan staan. Dan werd er geschoten. De Donau deed de rest.
Het monument is klein. Geen imposant beeld, geen grote sokkel. Gewoon schoenen. Mannen. Vrouwen. Kinderen. In metaal gegoten, voor altijd aan de rand van het water.
De kinderen begrijpen het meteen. Er wordt weinig gezegd. Wat ons raakt is iets eenvoudigs: dat iemand de moeite heeft gedaan om dit te herdenken. Op deze manier. Op deze plek. Dat er in deze stad, met al haar schoonheid en haar terrasjes en haar reuzenrad, iemand heeft gezegd: dit mag niet vergeten worden. En dat het er gewoon staat, tussen de joggers en de toeristen en de dagelijkse drukte. Geen omheining, geen ticketkantoor. Gewoon schoenen.
Na het bezoek nemen we tram 2 terug naar het hotel, even bekomen. Daarna snel een tweede aperitief (homemade limonade nummer 2 van die dag), en dan naar Fat Mo's Music Pub voor de avondmaaltijd. Veel te pikante ribben, te duur voor wat het is. Je laat je maar één keer vangen. De dag wordt afgesloten in de bar van het hotel, een Tokaj witte wijn, of twee, die een mooie dag perfect afsluit.
(Tip voor onderweg: tel altijd je wisselgeld als je cash betaalt in Boedapest. Er zijn gehaaide kassiers die 'onschuldig' verkeerd teruggeven, steevast in jouw nadeel. Tel direct en "en plein public".)
9 april, de grote tocht
Het weer is fantastisch: stralende zon, lichte bries, net alsof het al zomer is. We steken de Vrijheidsbrug over, groen ijzer, prachtige constructie, net om de hoek van het hotel, en beginnen aan de klim naar het Vrijheidsbeeld en de citadel. Het is afzien: heet, steil en lang. Na veel gejammer van de kinderen raken we uiteindelijk boven. Daar staat een ijsjeskar. Daar maken we gretig gebruik van.
Het uitzicht is de klim volledig waard. De stad ligt aan je voeten, de Donau slingert erdoorheen, en je begrijpt ineens waarom Boedapest zoveel mensen raakt.
Naar beneden is aangenamer. We wandelen terug via de Vrijheidsbrug, de kids hangen over de reling om de Donau te bewonderen. Of gewoon om te kijken. Ze zijn pubers. Vragen stellen helpt toch niet.
Lunch bij Platz, langs de Andrássy út, de brede boulevard die van het stadscentrum rechtstreeks naar het City Park loopt, en die je gerust mag vergelijken met de Champs-Élysées, maar dan zonder de aanstellerij. We wandelen er verder door tot aan het City Park zelf. Veel groen, veel ruimte, een aangename onderbreking.
Terug in het centrum: de Grote Markthal (Központi Vásárcsarnok). Van buiten prachtig, neo-gothisch met kleurrijke Zsolnay-tegels op het dak. Van binnen tweedelig: beneden echte lokale producten, boven toeristische prullaria in industriële hoeveelheden. We genieten van de architectuur en kopen niks, en voelen ons daarvoor een beetje schuldig.
Ergens in een gezellige kroeg in de buurt: craft beer. Goed. Tevreden. Dan: het Budapest Eye, een reuzenrad aan het Erzsébet-plein. Saar wil er absoluut in. Dus gaan we. Boven straalt ze. Dat maakt het de prijs meer dan waard.
De avond eindigt in de ruin bars, het fenomeen dat Boedapest wereldberoemd heeft gemaakt. Gekraakte panden omgebouwd tot bruisende kroegen vol mismatched meubels, bizarre decoraties en een sfeer die je nergens anders vindt. Iedereen amuseert zich. Iedereen, behalve Saar. Die zit aan een terrasje, telefoon in de hand, gezicht op onweer. Ze is ergens anders. Herkenbaar voor elke ouder van een puber.
10 april. Karavan en het Joodse kwartier
Erzsébetváros is het Joodse kwartier van Boedapest. Overdag historisch en rustig, 's avonds het epicentrum van de nacht. Wij komen overdag, voor Karavan, een open streetfood-plein vol kraampjes. Goulash in een brood: stevig, smakelijk, de definitie van comfort food. Of wafels met aardbeien als je liever zoet gaat. Wij zijn verdeeld. Allebei goed. Het is het soort plek waarvan je achteraf denkt: waarom bestaat dit thuis niet?
Verder door het kwartier, een stop in de Why Not Cafe, nog wat rondkuieren. Het weer speelt de hele reis mee, dag na dag ongelooflijk mooi voor begin april. Dat maakt alles makkelijker.
11 april, de Donau, Jamie Oliver en de For Sale Pub
Boottocht op de Donau. Rustig, panoramisch, en het perfecte excuus om even niks te beslissen. De stad glijdt voorbij aan beide oevers. Zo zie je het Parlement, de bruggen en de heuvels van Buda allemaal tegelijk, zonder dat je één stap moet zetten. Aanrader.
's Middags: Jamie Oliver's Italiaans restaurant in Boedapest. Goed eten, aangenaam sfeertje. Een welkome afwisseling, al was de lokale keuken eigenlijk ook prima.
Daarna belanden we in de For Sale Pub. Legendarisch. De muren zijn van boven tot onder bedekt met briefjes van bezoekers, iets te koop, iets te vragen, iets kwijt. Het concept is zo simpel dat je niet begrijpt waarom niemand het eerder bedacht heeft. We blijven langer dan gepland. Zo gaat dat.
De rest van de dag: geen plan. Gewoon door de stad. Met als enige zekerheid: ergens een terrasje. Omdat het weer het toeliet. Omdat Boedapest het toeliet.
12 april, limonades aan het water, en naar huis
Op de laatste namiddag, voor de terugvlucht naar Eindhoven, geen grote uitstapjes meer. We vinden een plekje aan de Donau, bij de Bálna, dat opvallende walvissenvormige gebouw met een terras recht aan het water, vlak naast de Vrijheidsbrug. De zon schijnt nog altijd. Vijf dagen lang heeft ze niet één keer in de steek gelaten.
We bestellen limonades. Niet het alcoholische soort. Gewoon frisse, lokale limonades, hetzelfde als op dag één aan het Zappa terras, maar nu als afsluiter van de hele reis. Ze worden achteraf de meest geciteerde herinnering van de trip. Iedereen die vraagt hoe Boedapest was, krijgt vroeg of laat: "en die limonades, hé." Soms zijn het de kleine dingen.
Ons verdict
Vijf dagen Boedapest is goed. Niet omdat je alles kan doen, de thermale baden, het Parlement van binnen, de escape rooms die overal aangeraden worden, maar omdat je de stad dan tenminste een beetje leert kennen voor je weer vertrekt.
Het weer was een meevaller van formaat. Begin april, en het voelde als vroege zomer. Dat maakt een stad altijd mooier dan ze al is. Maar Boedapest heeft die extra laag niet nodig. Ze staat op eigen benen.
Tips als je zelf gaat
- Wandel over de bruggen, gratis, spectaculair, doe het gewoon
- Doe de Citadel te voet, steil, warm, elke stap waard
- Lunch bij Platz langs de Andrássy út, mooie boulevard, aangenaam terras
- Ga naar Karavan, goulash in een brood voor een prikje
- Doe een boottocht, ideaal om de stad vanop het water te zien
- Bezoek de Schoenen op de Donaukade, klein monument, groot gewicht
- Ga in een ruin bar, nergens anders zo
- Ga in de For Sale Pub zitten, lees de muren
- Drink de limonades, je weet ze als je ze ziet
- Tel je wisselgeld, altijd, meteen, "en plein public"
Boedapest, we komen terug. Beloofd.
Meer citytrip-inspiratie? Lees ook ons weekend in Londen, onze citytrip New York met de kinderen, of vier dagen Berlijn.