Over mobiliteit en tijd

Over mobiliteit ben ik de laatste maanden en jaren in feite al een tijd aan het nadenken. Ik ben zo’n mens die de file tussen Gent en Brussel lang genoeg (mee)maakte:  Ik heb een dikke 12 jaar in Brussel gewerkt, verspreid over 3 plaatsen.

Om in Brussel te raken kreeg ik een bedrijfswagen en daar was ik apetrots op als net afgestudeerde. In de jaren ’90 (1990, niet 1890) was het zeker bon-ton om personeel een auto onder de billen te schuiven. Er werd met die wagen naar de klanten gereden om er uitleg te gaan verschaffen (… over web application servers, in mijn geval…). En dan luister je naar de radio, hoor je maffe woorden of super interessante quotes… Maar je zit vooral: lang en alleen in de auto.

Ik beken schuld: ik ben lang de file geweest.

Maar niet helemaal, een klein deeltje.

Mijn excuses aan alle gefrustreerde volgers in de wagens achter mij. Omdat ik de file moe werd, gooide ik het over een andere boeg. Begin jaren 2000 kocht ik een motorfiets om ook mee te gaan werken. En dat gaat, maar het is niet evident. Het is echt een pak gevaarlijker, en het vergt wat meer voorbereiding. Ook dat hielp in feite niet.

Door plots van werk te veranderen, van de rand van Brussel naar het centrum, kon ik met de trein rijden om aan mijn werkplek te raken. Leve de Munttorens, ik werkte er enkele maanden bij bPost. Dat ging. Maar ook daar kreeg ik een bedrijfswagen.

Maar op dat moment had ik net ook 2 zeer kleine kinderen, en een ervan had een wankele gezondheid (toen, ondertussen is alles OK). Uiteindelijk verliet ik bPost om dicht bij huis te gaan werken: ik kon in Lokeren aan de slag. Dat was welgeteld 20 minuten met de wagen.
Een verademing. Eerlijk.
Maar geen oplossing. Toch stond ik nog heel af en toe in de file.

Na dik 4 jaar in Lokeren gewerkt, kon ik terug in Brussel aan de slag, op een boogscheut van het Atomium. Zeer leuke plaats, leuk team, fijn bedrijf.

Ik hapte toe op voorwaarde dat mijn bedrijfswagen een automatische versnellingsbak kreeg, het merk was niet zo belangrijk. Er werd even met de wenkbrauwen gefronst, maar 5 keer per week een uur minder moeten schakelen lijkt me goed voor de verkeersveiligheid. Zo kon ik rustig in de file staan, en netjes en vlot aanschuiven.
Deal, done.

Ik terug naar Brussel alle dagen. Dik 4 jaar lang. Fijne tijd.

In die periode heb ik geleerd om me van de files niets meer aan te trekken. Geen stress, niet meer laten opjutten. Op tijd vertrekken, tijdig verwittigen als het toch nog fout zou lopen, en verder het niet aan je hart laten komen. Files zijn er nu eenmaal. Helaas.

Het rare aan dit verhaal is dat ik in gans die periode heel veel wegenwerken heb meegemaakt: vers beton en asfalt in allerlei vormen en diktes zien uitgegoten worden – zeer vakkundig gedaan allemaal.

Maar niemand die structureel iets heeft gewijzigd in al die jaren. Niemand probeert een tunnel, brug, sneltrein …

Het is gewoon: diesel blijven kopen en braaf aanschuiven?

Ik herinner me een idee van een heel groot Gents bedrijf (Denys), dat voor zijn 70ste verjaardag of zo – ja, ik ben een veertiger – het idee opperde om een metro tussen Gent en Brussel te boren. Er werd toen geschat dat de kost 3 miljard BF zou zijn, en een reistijd van 20 min. zou mogelijk zijn geweest.
Het bedrijf stond met dat idee zelfs in de krant.
Dat vond ik een geniaal voorstel, al reed ik toen zelf nog met de fiets.
Maar zoveel jaar later is er nog steeds niemand die iets aanpast.

Gebrek aan ambitie in België?

Ondertussen ben ik zelfstandig geworden, en heb uit veiligheid en voor de zekerheid terug een wagen geleased, ja, met automatische versnellingsbak. En het is een diesel.

Maar, ik probeer zo weinig mogelijk kilometers te vreten.
Waarom?

Omdat ik geloof dat alle kleine beetjes helpen, rij ik zoveel mogelijk met mijn fiets naar het station, en neem een trein. Op een dikke 3 km van huis is er een station – twee zelfs: Melle en Wetteren, alsjeblief! Als het een hondenweer is, dan vraag ik een lift.
Of doe ik een regenjas aan.

Ik probeer iets anders, omdat ik zowat ten einde raad geen beterschap zie. De files blijven staan, en worden langer. De enige verbetering in al die jaren zijn nieuwere treinstellen en steeds mooiere treinstations…

Het openbaar vervoer is niet zaligmakend, zo duurt een busrit van Gent naar Wetteren bijna een uur (ongelooflijk, zonder omwegen toch nog dik 50 minuten).

Maar er is weinig keus.

Als je mobiliteit wil aanpakken, zal je je eigen gewoontes moeten bijspijkeren.
Neem eens ‘de velo’, liefst met trappers en ketting. Geen elektrische brommer, da’s valsspelen – al is het zeer goed te vergeven.

En wat doe jij om mobiel te blijven in deze tijden? Laat gerust eens iets horen.

Geef een reactie